In 2017 heeft het CAB bijna 2/3 van de huishoudens in Oudeschip gesproken. Een dorp net onder de Eemshaven, aan het ‘einde van de wereld’. De aanleiding hiervoor was de uitbreiding Eemshaven, plaatsing van windmolens, de aanleg van een hoogspanningsleiding en de gevolgen van krimp en schade door aardbevingen. De gemeente Eemsmond wilde graag, voordat zij een plan maakte voor dit gebied, een beeld krijgen van de ideeën en wensen van de bewoners over het wonen in Oudeschip nu en in de toekomst. Het onderzoek leverde een aantal interessante conclusies op.

In Oudeschip wonen geen echte Oudeschipsters. Mensen noemen elkaar Oudeschipsters, teruggekeerde Oudeschipsters, krakers, boeren, Hollanders, nieuwe mensen, Groningerse en nieuwe boeren. Deze verschillen en overeenkomsten vallen niet samen met leeftijd, opleiding of andere objectieve eigenschappen. Het is dus niet zo dat oudere mensen geboren en getogen zijn en Oudeschip en jongeren van buiten het dorp komen. Het loopt veel meer door elkaar.

Tijdens onze gesprekken bleek dat mensen zelf een indeling maakten op basis van ‘patat in het Tichelship’. Er zijn drie groepen mensen: de eerste groep koopt patat in het dorpshuis en eet het daar op: “het is heel gezellig en we drinken een paar pilsjes”. De andere groep koopt wel patat, want ze vinden het belangrijk dat het dorpshuis blijft bestaan, maar eten het thuis op: “er is teveel lawaai en mensen drinken veel”.  De laatste groep koopt geen patat in het dorpshuis. Het is overgenomen door ‘nieuwe mensen’: “vroeger waren er meer mensen betrokken en was er meer geld”. Zo geven mensen zelf aan hoe ze zich verbonden voelen met het dorp en de andere inwoners van Oudeschip.

Hetzelfde gold voor de vraag ‘hoeveel kinderen wonen er in Oudeschip’? Het bleek dat mensen die optimistisch waren over de toekomst van het dorp dit getal overschatten: “er komt binnenkort nog een familie met kinderen en zij is ook zwanger”. En dat mensen die zich zorgen maakten over de toekomst het juist onderschatten: “er is net weer een familie vertrokken met kinderen’. Zo kun je met een eenvoudige vraag goed inzicht krijgen hoe mensen de toekomst zien.

Veel bewoners zien Oudeschip als een plek waar ze zich thuis voelen. Je hebt er meer vrijheid en hebt minder last van andere mensen. ‘Je kunt nog in je blote kont in de tuin lopen’, ‘je hebt hier fantastisch uitzicht’ en ‘het is hier ’s nachts nog echt donker’. Velen hebben de beleving dat zij door verschillende partijen en projecten in deze vrijheid beknot worden. De Eemshaven, de windmolens en de oprukkende industrie spelen hier een grote rol in. Sommige mensen hebben hier minder moeite mee omdat de Eemshaven hun werk heeft geleverd in één van de machinefabrieken die ooit in Oudeschip stonden. Andere zijn voor duurzaamheid en zijn daarom voor windmolens.

Kortom, niet iedereen in Oudeschip gelijk. En niet iedereen verwacht daarom hetzelfde van de gemeente als het gaat om de leefbaarheid in Oudeschip. Het onderzoek heeft ook duidelijk gemaakt dat niet iedereen hetzelfde wil. De gemeente zal dan ook moeten nadenken hoe zij mensen kan helpen die weg willen uit Oudeschip en hoe zij mensen kan helpen die er juist willen blijven wonen. Hoe ze duurzame energie kan bevorderen en overlast kan beperken. Dat lijken zaken die elkaar tegenspreken. Dat is ook zo, maar toch kunnen ze tegelijkertijd worden gedaan. De gemeente, de burgemeester, speelt ook een belangrijke rol als vertegenwoordiger en spreekbuis van het dorp. Dat is wat anders dan iemand die alles in zijn of haar macht heeft en alles kan oplossen. Het is juist iemand die de zorgen en wensen van de bewoners kan aankaarten bij andere organisaties waar de bewoners zelf moeilijk bij kunnen komen, bijvoorbeeld de provincie en het Rijk.

Er is niet een beste oplossing. Elke keuze heeft positieve en negatieve consequenties, omdat, zoals uit ons onderzoek blijkt, Oudeschipsters van elkaar verschillen.

Geef een reactie