David Graeber, de Amerikaanse antropoloog en professor aan de London School of Economics heeft de term bullshit jobs geïntroduceerd in 2013 in een essay met de titel ‘On the Phenomenon of Bullshit Jobs: A Work Rant’. Daarin schrijft hij dat er heel veel nutteloze banen zijn. Dat zijn banen waarvan niemand het merkt als de mensen het niet meer zouden doen.

Wat zijn dan bullshit jobs, waarom bestaan ze als ze niets toevoegen, waarom blijven mensen in bullshit jobs werken als ze zelf zeggen dat hun werk nergens over gaat? Als bullshit jobs bestaan, wat heeft dat voor consequenties hoe wij spreken over ‘werk’?

Volgens David Graeber is er geen economische verklaring voor bullshit jobs. In het kapitalisme zouden ze niet kunnen bestaan. Ze zouden meteen worden weggesaneerd als bezuiniging en winstverhoging:

The answer clearly isn’t economic: it’s moral and political. The ruling class has figured out that a happy and productive population with free time on their hands is a mortal danger (think of what started to happen when this even began to be approximated in the ’60s). And, on the other hand, the feeling that work is a moral value in itself, and that anyone not willing to submit themselves to some kind of intense work discipline for most of their waking hours deserves nothing, is extraordinarily convenient for them.” (Strike Magazine, august 2013).

In Groningen en Noord-Nederland kijken we anders naar werk. Daar gaan we er niet van uit dat er veel nutteloos werk wordt gedaan. Daar gaat beleid over dat mensen nutteloos zijn als ze niet werken. Het vertoog over werk is verdeeld in ‘krappe arbeidsmarkten’,  er zijn te weinig mensen voor het beschikbare werk of door ‘robotisering’ verdwijnt er werk voor de mensen en worden zij werkloos, er zijn te veel mensen zonder werk. Beide zijn erg economisch in hun argumentatie en redenering.

Juist een niet-economisch perspectief op werk en zinvol werk is interessant in dit debat. Waarom willen we dat iedereen werkt? Is al het werk goed en zinvol? Waarom zijn we niet tevreden met meer vrije tijd voor meer mensen? Wat betekent dat voor onze (regionale samenleving)?

Samen met een groep van bachelor studenten sociologie hebben wij onderzoek gedaan naar onzinbanen (bullshitjobs). Dat is relevant en urgent. Het is belangrijk om na te denken over werk. Waarom is werk belangrijk, hoeveel werk is er, wie doet werk en wie niet, maar vooral ook waarom wordt er gewerkt in zinloze banen?

Onze vraag was:

Wat zijn verklaringen voor het ontstaan en behoud van onzinbanen?’ 

Er zitten twee aspecten aan onzinbanen. De eerste gaat over mensen die onzinbanen hebben. De andere gaat over mensen die onzinbanen maken. Daarom hebben we twee deelstudies opgezet. De eerste deelstudie focust op onzinbanen en de waarde van werk voor werkende individuen. De deelvraag hierbij luidt:

Wat zijn verklaringen voor individuen in de provincie Groningen om een baan te behouden die volgens Graeber als een onzinbaan getypeerd kan worden?’ 

De tweede deelstudie richt zich op partijen die werk maken en mensen werk geven,  zoals beleidsmedewerkers, detacheerders, en politici. Hiervan luidt de deelvraag: 

Wat zijn de redenen om individuen aan het werk te helpen en te houden, zelfs al is het in een onzinbaan?’ 

gesprekspartners

Om de onderzoeksvragen het beste te beantwoorden hebben we geprekken gevoerd met 20 mensen. Voor de eerste deelstudie zijn wij op zoek gegaan naar mensen met werk in sectoren waar volgens Graeber onzinbanen voorkomen. De doelgroep bestaat uit werkenden in de provincie Groningen vanaf 18 jaar. In de tweede deelstudie bestaat de doelgroep uit individuen die als functie hebben andere mensen aan het werk helpen. Deze doelgroep bestaat zowel uit mensen die het beleid maken als degenen die het beleid uitvoeren. 

mensen hebben geen onzinbaan is, maar kennen wel veel mensen met een onzinbaan.

Mensen in de provincie Groningen vinden werk belangrijk en hechten veel waarde aan werk.  Een belangrijke reden dat mensen blijven werken in een baan die al dan niet onzinnig is, is omdat mensen het inkomen nodig hebben en de tijdsbesteding prettig vinden. Dit hangt samen met de norm die er in de samenleving heerst dat werken een groot deel van het leven hoort te zijn. Iemand (P1) noemt het werken een ‘bittere noodzaak’. “Daarbij kunnen we er ook niet omheen dat er ook gewoon dingen moeten gebeuren, ja fijn, dat het er is voor de mensen die het nodig hebben en het moet gebeuren om dingen draaiende te houden, dus het is ja, echt bittere noodzaak.” 

waarom helpen we dan nog zo veel mensen aan werk en blijven mensen dat werk doen? 

Het ontstaan en behoud van onzinbanen wordt veroorzaakt door de heersende norm in de samenleving dat werken een groot deel van het leven hoort te zijn. Daarnaast worden de banen ook gecreëerd omdat de samenleving na de jaren zeventig van de vorige eeuw een groot belang hecht aan werk. Mensen blijven werken in onzinbanen omdat werk hen ook gelegenheid geeft om iets te maken en te doen met andere mensen. Graeber noemt dit de paradox van werk. 

Geef een reactie